Afbeelding met laptops

Agile Scrum

Intake

Bij de start van een project hoort natuurlijk een intake. Daarin bepalen we wat de vraag is en waar een oplossing voor moet worden gevonden. Vervolgens moet bepaald worden wat er minimaal in het op te leveren product moet zitten. Doordat bij de start scherp te hebben wordt tijdens het proces een hoop onduidelijkheid voorkomen. Daarnaast wordt de offerte die wij uitbrengen altijd gebasseerd op de vereisten die tijdens deze intake aan een product worden gesteld. Door Agile Scrum te werken kun je hier altijd aanpassingen op doen tijdens het proces maar het is als klant natuurlijk wel belangerijk om vooraf te weten waar je aantoe bent.

Neem contact op

Bakkie doen?

Wat wil je drinken?

Start Scrum-traject

Een scrum-traject begint bij Your Source altijd met het aanwijzen van de rollen binnen het team en eindigt met de demo aan het eind van een sprint. Deze cyclus kan vervolgens herhaalt worden tot het gewenste resultaat is behaald.

Rolverdeling

Product Owner

De product owner is een rol die ingevuld wordt door de klant en hij/zij bepaalt de volgorde van werkzaamheden. Deze rol bewaakt continu de voortgang en daagt de rest van het team uit om maximaal te scoren op kwaliteit en snelheid. Verder is hij/zij het aanspreekpunt voor de stakeholders van het project.

Scrum Master

Ondersteunt het proces en doet ontwikkelwerk Daarnaast is de scrum Master het eerste aanspreekpunt van de Product Owner

Ontwikkelaar

De ontwikkelaar bouwt samen met de Scrum Master aan het product. Soms zijn er meedere ontwikkelaars betrokken bij een project afhankelijk van de gevraagde expertise

Stakeholders

Zijn betrokken bij het project en worden per sprint op de hoogte gesteld van de voortgang van het project.

Sprint 0: Voorbereiding

Voor Sprint 0 zijn alleen de beschikbaarheid van de Scrum Master en de Product Owner belangrijk. Ze spreken samen de geformuleerde wensen door en schrijven hierop user stories. Deze user stories zijn de basis voor de ontwikkelaars om het product te bouwen.

Vervolgens worden de user stories geprioriteerd van onderdeel van het minimal viable product tot nice-to-haves. Tijdens het proces is en blijft het belangrijk om zowel ruimte te laten voor voortschrijdend inzicht maar ook het eindresultaat niet uit het oog te verliezen.

In deze sprint worden ook de werkafspraken gemaakt. Deze leggen we vast in de backlog om vervolgens altijd terug te kunnen vallen op de afspraken die aan het begin van het traject gemaakt zijn. De werkafspraken behelsen ook de tijdstippen van de stand-ups, demo’s en retrospectives.
Backlog vullen

Vervolgens wordt een start gemaakt met het vullen van de backlog zodat de backlog aan het einde van sprint 0 bestaat uit de requirements voor een minimal viable product.Minimal viable product
Een bundeling van user stories waaraan het team zich committeert. Het eindproduct van deze user stories is een product dat gebruikt en getest kan worden.

Sprint 1

Sprint 1 begint met een refinement. Hierin wordt eerst door het team aangegeven hoeveel capaciteit er is en hoeveel punten er dus maximaal gedaan kunnen worden door het team. Vervolgens worden de user stories één voor één ingebracht en ingeschat door mindel van de scrum puntenkaarten.

Sprint inplannen

Na afloop van de refinement (die maximaal één uur duurt) geeft de Product Owner aan welke punten er binnen deze sprint opgepakt moeten worden.

Stand-up

Elke sprintdag wordt begonnen met een stand-up van maximaal 15 minuten. In deze stand-up wordt besproken wat er de vorige dag gedaan is en wat er die dag gebouwd gaat worden. De scrum-master geeft tijdens deze stand-up ook aan of de productie nog op schema ligt.
In de stand-up kunnen verder blokkades ingebracht worden.

Demo

Aan het einde van de sprint wordt er een demo gegeven aan de stakeholders (en andere interne belangstellenden). In deze demo wordt besproken hoeveel punten het team van te voren had ingeschat en hoeveel er uiteindelijk gehaald zijn. Ook wordt er getoond wat er gebouwd is en hiervan wordt waar mogelijk een demo gegeven.

Retrospective

Aan het eind van elke sprint vindt er een korte evaluatie plaats van de sprint. Hierin komen altijd een 3 tal onderwerpen aanbod.
Wat is er goed gegaan?
Wat hebben we geleerd?
Wat moeten we in de volgende sprint anders doen?

Belangrijk is om bij elke opvolgende sprint de punten van de verbeterpunten van de vorige retrospective te bespreken.